Canon van Hengelo
 
(Advertentie)
(Advertentie)

Een esdorp bestaat uit:

- de es

- het  veld

- de groengronden

- het dorp

- de marke

Het dorp was altijd in de buurt van een riviertje of een beek. Het water diende voor drinken, wassen en het bewerken van vlas.

(Advertentie)

De heide was erg belangrijk voor de esdorpen. De schaapsherder bracht de schapen naar het veld. 's Avonds keerden ze samen terug. De schapen stonden 's nachts in de schaapskooi. De mest werd op het land gebruikt.

 

De plek waar de schapen bijeengedreven werden noemen we brink. In veel straatnamen komt dit woord terug.

 

(Advertentie)
(Advertentie)
(Advertentie)

Groengronden waren de weilanden die meestal in de buurt van een beek lagen.

Andere namen voor groengronden zijn: maten of meden, mors, goor, broek of meent.

 

Om de weilanden werden houtwallen aangelegd. Een houtwal bestond uit takken en struiken. Er was toen nog geen prikkeldraad.

 

Ook een esdorp moest bestuurd worden. Het dorp met bijbehorende gronden werd marke genoemd.

 

Een marke is een bestuur van een esdorp. Aan het hoofd van een markeorganisatie stond de boerrigter of markerigter.

(Advertentie)

Vele namen komen terug in straatnamen en schoolnamen.

Welke namen kun jij vinden?

Gebruik de kaart van Hengelo, apps of Google Earth.

Deze informatie is verzameld in een aardrijkskundeles op de PABO, gegeven door wijlen Henk Pronk.

Hij heeft destijds (1982-1985) veel verteld over het Twentse landschap en de essen. Dertig jaar na dato gebruik ik deze informatie voor het maken van een Yurls pagina. Wat in het vat zit, verzuurt niet.

 

Foto's: Andre Gilara